Opgedragen aan mijn lieve moeder en dierbaarste vriendin,
Gerda Geertruida Josepha Sijstermans ,
overleden op Goede Vrijdag 2009 te Landgraaf.
Introductie
"Over een klein jongetje en zijn twee witte konijnen die van hem werden afgepakt en werden geslacht, de gemene klas en zijn vriendjes en zijn ouders, zijn lieve moeder en de wereld die hij zo graag ontvluchten wilde, dromende een vogel die naar de hemel kon vliegen... te zijn.
++++++++++++++++++++++++++++++++
Deel een
Een
Er was eens een een klein en lief jongetje dat dol was op alles wat met dieren, hazen, de paashaas en konijnen te maken had. Van zijn ma had hij na heel wat uurtjes zeuren en vragen dan toch voor zijn verjaardag wel weer een prachtig wit jong konijn gekregen waar hij heel erg blij en gelukkig mee was want nu had hij zo eenzaam hij zich vaak voelde dan toch een vriendje waar hij voor kon zorgen en mee spelen zolang hij maar wilde.
Hij noemde het konijn "pietje". Het was een mooi wit konijn met rode ogen, een albino, en het jongetje zorgde met alle liefde voor zijn dier. Hij bracht het konijn elke dag vers hooi en plukte verse koolbladeren waar het konijn dol op was.
Gefascineerd keek het jongetje elke dag uren naar het konijn, hoe het huppelde, en kauwde en knaagde op een wortel, de sierlijke bewegingen die het diertje maakte in zijn kooi, en natuurlijk haalde hij het konijn er zo vaak als mogelijk uit om in de woonkamer te laten lopen, want het jongetje vond wel dat je een haas of konijn wel de vrijheid moet gunnen om vrij rond te kunnen huppelen.
Op een zekere dag bedacht het jongetje zich dat het konijn misschien wel een beetje eenzaam was als hij er niet was, immers was hij de enige die om het konijn en zijn pietje gaf.
Na veel gezeur en gevraag bij moeder kocht zij bij de boer die vlakbij een boerderij had, voor drie gulden een wit konijn erbij
Het jongetje was dolgelukkig toen hij het tweede konijn kreeg en hij noemde het konijn, dat spreken leek op het andere
"jantje". Jantje en Pietje klonk goed samen en ze kregen ook nog een grote mooie nieuwe kooi.
Gefascineerd en blij keek het jongetje uren naar de kooi en zag hoe de konijnen het goed met elkaar konden vinden en ze gelukkig waren met elkaar. Een mooi jaar verstreek tot op een kwade dag zo rond de kerst het jongetje na school thuis kwam en ontdekte dat de konijnen-kooi leeg was en de konijnen waren verdwenen.
Een hele tijd bleef het jongetje zoeken maar nergens in geen velden of wegen en in geen gaten of hoeken vond hij zijn konijnen totdat zijn ouder broer hem vertelde dat hij eens op de hof bij de buurman moest gaan kijken. Toen hij buiten ging kijken zag hij tot zijn grote schrik dat de buurman een van zijn konijnen aan zijn oren pakte en in een enkele ruk de nek van het konijn omdraaide. Het jongetje zag tot zijn ontsteltenis "jantje" dood liggen op een vuilnisemmer.
De buurman keek de jongen over de omheining recht aan en zag het jongteje ontsteld kijken en pakte snel beide levenloze konijnen met een snelle graai bij de oren en sleepte ze weg naar de kelder om ze daar te villen.
Zo zag het jongetje de moord op zijn lieve konijnen en kreeg een ijskoude rilling over zijn lijf en schrok zich zowat dood.
"hoe is het in hemelsnaam mogelijk, mijn lieve jantje en pietje zijn dood" " dacht hij ontzet en rende huilend de straat op om het de vriendjes te vertellen.Toen hij deze bij het "stoep-randje" in de einderstraat aantrof riep hij "snel snel alarm,jantje en pietje " maar buiten adem gekomen van het rennen en huilen kreeg het jongetje niets meer uit zijn mond en ging hard huilen.
"wat is, vertel nou snel, wil je spelen, jij mag pas tegen de winnaar van ons over een uurtje" zei een van zijn vriendjes.
Het andere vriendje vroeg nu ook wat er aan de hand was maar het jongetje stamelde huilend slechts" pietje jantje pietje pietje is jantje god pietje help " en even later kwamen er nog wat vriendjes bij en ineens begonnen ze allemaal
hard te lachen omdat ze dachten dat het jongetje een grapje met hen maakte.
"pietje jantje jantje pietje help haha haha" lachten ze allemaal en ze dachten dat het jongetje even later op de stoep
als "dood" zou gaan liggen, want dat deed het kleine jongetje wel eens vaker, op de stoep liggen en niet bewegen, om daarmee de aandacht te trekken.
Een kleine 13 minuten later kwam de gemene broer van het jongetje om te vertellen wat er was gebeurd.
"haha zijn konijnen zijn weg , het waren maar twee domme witte konijnen, die gaan nu bij de buurman in de pan haha"
Iedereen stond te lachen maar het lachen duurde niet lang en maakte plaats voor stilte.
Een vriendje pakte de bal en zei " kom op, dit is niet leuk, ik sta voor, we gaan door, blijf jij maar kijken hoor en zeur niet meer over de konijnen"
Het jongetje werd rustiger en zei "laat me nou maar, nu is het te laat, ze zijn nu dood, nouw jantje en pietje zijn dood , wat erg, vreselijk"
De gemene broer lachte echter aan een stuk door en gilde het uit: "jantje en pietje zijn dood en jullie spelen met de bal in de goot hahahahaha ha wat een bak haha, en hij ligt zo meteen weer dood, de aansteller hahaaa"
Het jongetje stond op en keek hem nu heel kwaad aan en zei:
"ik zeg het tegen mama hoor" en kreeg voordat hij het wist van zijn broertje een klap op zijn schouders en een forse trap onder zijn kont en rende huilend snel naar huis naar zijn moeder.
Thuis bleek dat zijn broertje de konijnen uit jaloezie uit de kooi gehaald had en aan de buurman had gegeven, dat was een arme zieke mijnwerker die geen geld had om iets lekkers te kopen voor de kerst en deze was al bij dat hij de konijnen kon slachten en in de pan doen, om daarmee zijn dikke vrouw en zichzelf met kerst te trakteren op een goed gekruide konijnen-bout.
Toen het jongetje bij moeder uithuilde hoorde hij dat vader, die even naar de winkel was geweest, niets tegen de konijnen-moord had ondernomen, en hij het goed had gekeurd dat de konijnen zouden worden geslacht door de buurman, uit kwaadheid over het feit dat in de woonkamer konijnenkeutels lagen en omdat een konijn aan een telefoon-leiding had geknaagd waardoor er niet meer gebeld kon worden en ook nog omdat de konijnen op het nieuwe tapijt hadden gepiest
en dan nog omdat hij ook een hekel had aan knaagdieren.
Het jongetje vroeg het aan moeder, "maar dit is toch moord..vreselijk, hoe hebben ze dat nou kunnen doen, die
gemene man, wat gemeen, mijn arme lieve konijnen, ik was er zo gelukkig mee en nou zijn ze weg, wat erg"
Het kleine mannetje vroeg zich af hoe het mogelijk was dat God had toegestaan dat zijn konijnen werden geslacht
maar moeder wist zij niks beters te zeggen dat je er maar beter over kon zwijgen en de konijnen vast en zeker "in de dieren-hemel" zouden zijn. en ze "met alle andere overleden dieren gelukkig samen zouden zijn"
"is dat waar?" vroeg het jongetje, "bestaat er echt een dieren-hemel?"
"ja echt wel hoor, het is daar heel mooi en alle diertjes zijn daar blij en vrij" zei moeder.
"maar waar is dat dan, kan ik daar ook heen?"
"nee jongen, daar mogen alleen dieren heen" zei moeder en voordat haar zoontje verder kon vragen voegde ze
eraan toe: "God heeft voor de mensen een aparte hemel gemaakt , dat noemen we het paradijs, daar gaan alle mensen heen als ze dood zijn, tenminste als ze lief zijn geweest"
"maar waarom komen de konijnen dan niet in het paradijs als ze lief zijn geweest, ze waren zo lief" vroeg het jongetje door.
"dat weten alleen de engelen en de feetjes"zei moeder,en die komen jou vanavond vast en zeker troosten,huil nou maar niet meer, ik heb een verrassing meegenomen uit de winkel.
Ze liep naar de keukenkast en haalde daar een grote reep hazelnoot-chocolade uit en gaf de reep aan haar zoontje.
"hier die is helemaal voor jou, maar wel voor na het eten,en laat het de anderen niet zien want die worden boos"
Toen het jongetje de reep aannam kwam de gemene broer op het meest ongelukkige moment thuis en zag hoe de reep aan zijn neus voorbij ging werd hij gelijk boos en schold tegen moeder.
"waarom verdomme moet hij weer alles krijgen, verdomme, dat is verdomme mijn chocolade!"
"Naar bed jij , en nu naar boven, altijd jij weer" kwam ineens de vader er tussen en stuurde het jongetje snel naar boven.
"die reep was niet voor "de kleine" zei hij tegen zijn vrouw.
"altijd die kleine weer die stinkende opdonder, nu is het afgelopen, die jonge word veel en veel te veel verwend, die huilebalk, wat een rot kind heb ik toch gekregen"
"ha ha ja het is een ziele-poot, een ziele-poot huilebalk hahaha" riep het gemene broertje door de keuken, en zo hard dat de hele buurt het kon horen.
Het lawaai was zo erg dat de linkerzijde buren op de muren begonnen te kloppen en even later ging luid de bel van de voordeur.
Zijn moeder begon te trillen van de zenuwen en ze maakte er snel een einde aan.
"dat zullen de anderen wel zijn, nu iedereen de keuken uit, het eten is zo klaar, aan tafel allemaal"
Vader deed de deur open voor zijn oudere zoontjes en zijn enige dochter die net terug kwamen van het spelen op het grote speelterrein en ze en renden snel de keuken in, hongerig als ze waren van het spelen.
"aan tafel allemaal het eten is klaar" riep moeder luid.
"maar de kleine blijft boven!" schreeuwde vader boos.
"nee dat is niet eerlijk, roep hem nou"zei ze lief
Iedereen ging nu aan tafel zitten maar vader en het gemene broertje waren even naar buiten gegaan.
Op de stoep stonden ze te praten en vanuit het raampje van de slaapkamer kon het jongetje, dat niet naar beneden mocht komen, precies horen wat ze zeiden
"die kleine , altijd weer huilen , de huilebalk, wat heb ik voor een zielig rot kind gekregen" zei vader.
"ja pa, et is een rotzak, hij heeft me vandaag ook alweer geslagen en die arme konijnen geslagen dat ook nog eens" zei de gemene zoon.
"wacht maar, ik zal hem eens een flinke aframmeling geven" zei vader.
"en de konijnen verzorgde hij ook slecht, hij sloeg ze met een stok op de neus, dus is het maar beter dat ze weg zijn"
"ja die rot-konijnen, vreselijk, we kunnen niet meer bellen, en het repareren van de telefoon-leiding kost me nu weer handen vol geld" klaagde vader en noemde nog meer dingen op waar hij zich over ergerde.
"dat moet je aftrekken van zijn zakgeld, die verwende herrieschopper, de huil-balk" klaagde het gemene broertje
"wacht maar, hij krijgt een half jaar geen zakgeld meer, ik zal die rotzak wel eens leren" zei vader en zuchtte diep.
"ik ga nu even naar de winkel een extra grote reep chocolade kopen voor jou, omdat je me zo goed geholpen hebt, je bent mijn trouwste en liefste zoon, je kiest tenminste partij voor mij
en niet voor moeder, en bent tenminste lief"
En wat de lieve vader niet wist was dat uitgerekend deze zoon de konijnen geslagen had, met een stok en een klein kind had geslagen, uit afgunst en jaloezie omdat dat zijn kleinste broertje moeders lieveling was die altijd verwend werd en omdat hij zelf vaker niks kreeg dan alleen maar kritiek en zo hard moest studeren van een pa die nooit tevreden over hem was dat deze altijd weer hoger eisen stelde en steeds weer klaagde over geldzorgen, zijn vrouw die teveel geld opmaakte aan snoep en over knagende konijnen en knaagdieren.
"manlief, komen, kom nou man!!, het eten word koud, aan tafel iedereen" riep moeder en nu ook rende het jongetje de trap of om aan tafel te gaan zitten, maar toen hij vader en de gemene broer op de gang zag aankomen bedacht zich en rende de trap weer snel op en dook onder de dunne dekens van zijn piepkleine bedje.
Daar lag hij dan te rillen van de kou en het verdriet.
"ik kom er niet meer uit, nooit meer" dacht het jongetje en huilde aan een stuk door tot al zijn tranen op waren.
"waarom zijn mijn konijnen dood, waar is de dieren-hemel?" vroeg hij zich steeds weer af.. tot hij met een rammelende maag van honger, maar moe van het huilen na een klein gebed tot de feetjes en de engelen dan wel in een diepe slaap viel.
twee
De ochtend die volgde scheen de zon zo mooi als nooit tevoren, de hemel kleurde wolken in alle kleuren van de regenboog en het jongetje genoot er zo zeer van dat hij droomde dat hij een vogel was en zo ver kon vliegen als hij maar wilde en zelfs over de wind naar de hemel kon zweven om daar zijn lieve witte konijnen, de engelen en de feetjes, en alle dieren gelukkig in vrede en liefde in het paradijs te zien.
Op weg naar school trok hij zijn wijd regenjas met capuchon aan en al lopende over de stoep probeerde hij met een zwaaiende beweging met zijn jas te vliegen maar het lukte niet hoe hard het ook begon te waaien, en hoe meer hij de wind onder zijn jasje probeerde te vangen, het lukte maar niet om de wereld te ontstijgen en als een vogel te zijn.
Langzaam begon het te regenen en de windstoten werden steeds heftiger en het jongetje dacht dat het wel had zou lukken maar dat de regen ,die nu door zijn regenjas zijn broekspijpen in sijpelde, hem wat te zwaar had gemaakt.
" woei...het lukt niet, ik ben helemaal nat, nou ben ik te zwaar, ik ben geen vogel, een kind " dacht hij.
"wat jammer nou,wat zou dat leuk zijn als ik kon vliegen" tot hij verregend en dromerig op school aankwam waar de rinkelende bel hem maar half uit zijn dromen wereld haalde.
Een uurtje later waren alle ogen van de klasgenootjes op een persoontje gericht, dat maar niet reageerde op de vraag die de leraar stelde.
"aan het bord, aan het bord halo meneertje dromer...daar zo, meneertje slaap-kont maakt het bont"
"halo, daar, goedemorgen.. wakker worden, aan het bord" klonk het een paar keer achterelkaar, maar het jongetje hoorde niets tot de leraar ineens heel erg luid riep:
"waker worden goedemorgen!!!!!" en het was zo luid dat de hele klas keihard begon te lachen en de klas ernaast hoorde het zo goed dat ook deze klas keihard begon te lachen en nu ging een ware golf van gelach en gestommel in de bankjes door de hele school, en werd het jongetje in de hoek van de klas wakker en schrok zich te pletter.
"huh,konijnen, konijnen waar zijn mijn konijnen"" stamelde hij en zag iedereen nu nog harder lachen en naar hem kijken, voordat hij goed en wel begreep wat er gebeurd was rinkelde de pauze-bel hem nog meer uit zijn slaap en schaamde hij zich een dieprood van de volle aandacht van al die lachende klasgenootjes en de ogen die op hem gericht waren.
De hele klas lag zo er in een deuk dat ze bijna geen adem eer kregen van het lachen en de leraar greep maar snel in
"Koppen dicht hahahaha stil hahaaaa haha mmm stilllllll nu allemaal ha hahaha !" maar ook hij kon zich amper goed houden en had een bolle rode wangen van het lachen.
Gelukkig renden de kinderen op zijn "nu mogen jullie het speelterrein op teken" de klas uit maar voordat het jongetje uit zijn bankje was geklommen greep de leraar hem in de kraag en zei:
"jij maakt het wel heel erg mooi hier, konijnen, pestkont, slaapkont"
"als je ruzie met mij zoekt dan kan je het krijgen hoor"
zei de leraar boos.
Het jongetje kreeg er geen woord meer uit en hoezeer hij ook wilde praten het lukte hem gewoonweg niet.
"Mmm niet willen luisteren he, je maakt de hele school gek jonge, ik zal jou eens een lesje leren" zei de leraar.
"morgen moet jij voor straf een spreekbeurt houden om negen uur en vandaag schrijf je duizend keer "ik mag de leraar niet met konijnen plagen"
"bedenk ook maar een onderwerp dat moet jezelf weten,maar morgen ben jij aan de beurt is dat begrepen"
"en als je niet je best doet zal ik eens een hartig woordje met je moeder spreken"
"en nu als de wergaaaaaa donder op ,ga je de klas uit!!!"
Toen het jongetje weer huilend op het schoolterrein kwam werd hij van alle kanten door de klasgenootjes en de kinderen uit de andere klassen aangekeken en ook weer door iedereen gepest.
Hele groepjes kinderen stonden naar hem te kijken en hem uit te lachen en hier en daar hoorde je zingen.
"konijn konijn,stomme poep, poop poep, hij is een dom konijn"
Gelukkig was het opgehouden met regenen.
De zon scheen nu mild en warm over het natte schoolplein en het enige dat het jongetje kon doen was naar de wolken staren
waarhet licht zo mooi doorscheen en wenste hij dat hij een vogel was.
Huilend van verdriet wilde hij het liefste voor altijd weg vliegen om nooit meer terug te komen.
Uit zijn binnenzak haalde hij een half weke reep chocolade die zijn moeder hem de dag ervoor had gegeven en een glimlach kwam op zijn natte gezicht.
Hoe ongelukkig hij zich ook voelde dat hij van de lekkere chocolade en bedacht zich dat moeder ook een vogel zou worden en hij samen met haar naar de dieren-hemel zou vliegen want zonder haar zou hij echt niet weg willen gaan.
Even later voelde het jongetje een klap in zijn rug en viel hij op de grond, een klasgenoot had hem omvergegooid en hem de reep chocolade uit zijn handen gegrist en op de grond vertrapt.
Huilend lag hij daar door iedereen gepest en geslagen, slechts met een enkele wens weg te zweven van de aarde, weg van de gemene kinderen en ook de leraar en zijn gemene broertje en iedereen die hem pijn had gedaan.
Het jongetje besloot nu om voor de rest van zijn leven niet meer te praten met deze kinderen op school en dacht
"ik zeg nooit meer iets
Zijn moeder zou hij voortaan om het verlies van zijn konijnen-vriendjes te verwerken elke jaar driehonderd keer
begroeten met "haasje" en zo geschiede het dat hij elke dag en elke maand en elk jaar weer niets zei tegen zijn pa en alle schoolkinderen.
Zijn moeder begroette met jaar in jaar uit steeds weer met
" knijn knijn knijn lief haasje lief moedertje van mij"
Drie
Toen het jongetje 13 jaar werd kwam een vriendje met wie hij wel wilde praten hem opzoeken om mee te gaan naar een plaats waar zeer veel konijnen zaten. Samen gingen ze op pad tot ze bij een schuur van een konijnen-fokker kwamen.
"Zie je wel, geloof je me nu?" zei zijn vriendje"het zijn er wel meer dan honderd" en het jongetje stond verbaasd te kijken naar het veld waar een hele boel uitsluitend witte en bruine konijnen rond huppelden.
Nou wilde het jongetje heel graag dichterbij komen en ook de andere konijnen zien die in het hok in de oude schuur zaten en het liefste wilde hij een paar konijnen vastpakken en knuffelen.
"god wat waren ze mooi, stuk voor stuk en geen konijn leek op het ander", allemaal waren ze bijzonder en apart, lief en zacht, de een had lange oren en was heel dik het andere was bruin met kleine oren en rode oogjes en ga zo maar door.
"mm ik wil die van dichterbij zien"dacht het jongetje
en hij wilde over het hek springen maar dat was toch zeker anderhalve meter hoog.
"Hier zijn inhammen en kan je je voeten plaatsen en klim je zo over het hek"zei zijn vriendje en liet zien hoe je over het hek kwam en hoe je met met een lichte sprong veilig en wel in het zachte gras belandde.
Het jongetje durfde eigenlijk niet over het hek te gaan omdat het zo hoog was maar ging toch, en belande even later met een lichte enkelband-verzwikking in het dikke gras.
Samen met zijn maatje trotseerde hij het gevaar van het
prikkeldraad en gelukkig maar hadden beiden zich niet erg bezeerd.
"kijk hier eens en stel je niet aan zei" zijn vriendje.
"een schaafwond, wat heb jij?"
"jij hebt toch niks, die enkel komt wel goed hoor"
Het jongetje zei niet veel dan "mijn enkel doet wel wat pijn`
en stond een beetje verdwaasd te kijken.
Toen riep het vriendje "er komt nu niemand aan, ga maar kijken snel in het hok" en het jongetje rende gelijk gelijk de oude schuur in waar hij zijn ogen amper kon geloven.
De schuur zal vol met konijnen, in allerlei soorten en maten, rassen en kleuren, en allemaal zaten ze in aparte hokjes die door middel van een soort grendel systeem van elkaar waren geschieden.
"Ongelooflijk zeg , dat is een dikke en wat een mooie "
zei hij "toen hij een forse Vlaamse Reus zag zitten met lange grote oren, en even later keek hij zijn ogen uit op een koolzwart konijn met rode ogen.
"wow wat een mooie konijnen, allemaal ongelooflijk"
Het jongetje viel van de een in de andere verbazing want twee hokjes verder zaten weer weer twee bruine witte konijnen met kleine muizen oren en daarnaast zat weer een heel ander soort konijn met grote poten en lange oren dat meer weg had van een veld of paashaas.
"geweldig moet je komen kijken"riep het jongetje maar zijn vriendje kwam niet en riep "terug komen, komen de konijnen-boer komt er zo aan, kom nou !!"
"Nou kom nou toch kijken"zei het jongetje.
"kom nou, het is bijna vijf uur en dan komt hij en als ie ons ziet zijn we erbij, dus kom we moeten snel snel wegwezen" riep zijn vriendje een beetje boos.
"he nee neen .. ik wil nog even een konijn vasthouden" riep het jongetje en hij trok aan een hendel die
en lat naar links verschoof waardoor de konijnen-kooitjes opengingen en voordat het jongetje begreep wat hij had gedaan zag hij alle soorten en maten konijnen kris kras door elkaar de schuur uit rennen en huppelden in het groene konijnen-veld.
"wat heb je nou gedaan" riep zijn vriendje, dat al over het hek terug was geklommen.
" die konijnen mogen niet bij elkaar, die zijn gesorteerd, nou heb je de poppen aan het dansen als de konijnen-man komt en al die konijnen door elkaar ziet, dan zwaait er wat.
"tsjonge tsjonge alle konijnen zijn weggevlucht, kom snel terug, we gaan snel weg" riep hij nogmaals kom nou gauw`
Het jongetje schrok zo erg dat hij het in paniek op een rennen zette en tussen de konijnen belande en even niet meer verder wist te gaan.
"kom terug hier nou, klimmen over het hekje" riep zijn vriendje.
Voordat het jongetje het zelf in de gaten had was hij over het hek en samen met zijn vriendje renden ze snel weg voordat ze door de konijnen-man gepakt werden.
Een paar straten verder zij het vriendje:
"jij hebt het gedaan, en ik was er niet bij hoor"
"Die konijnen , gaan toch niet dood toch, ze zijn nu vrij"
"ben je gek die konijnen gaan elkaar bijten, die mogen niet los"
zei het vriendje.
" nee ben je mal, dat zijn toch alles konijnen die doen elkaar echt niks hoor" zei het jongetje.
"laten we er dan maar liever over zwijgen, dat is goed toch?"
vervolgde het jongetje en sindsdien werd nooit meer gesproken over het avontuur in de konijnen-schuur en bleef het ruim 40 jaar een goed bewaard geheim.
Enkele maanden na het voorval vroeg het jongetje zich nog wel eens af "hoe de konijnen zich met elkaar en de konijnen in het veld hadden verstaan, al die soorten en rassen door elkaar, daar zouden op zijn minst heel erg lieve en leuke kleintjes van zijn gekomen" en hij besloot om daar voorlopig maar liever niet een kijkje te gaan nemen.
Een paar jaar later ging hij echter wel uit nieuwsgierigheid
naar het konijnen-veld maar zag tot zijn verbazing dat de oude schuur was afgebroken en in het groene grasveld geen konijn meer te zien. De konijnen-man, zo bleek later, was al enige jaar geleden overleden aan de gevolgen van een hartaanval, toen hij ontdekte dat een paar mooie konijnen waren overleden, en er was geen opvolger voor de fokker dus hadden ze de overgebleven konijnen en drie kippen en een verdwaald lammetje aan een dieren-boerderij geschonken.
Vijf
Maar veertig jaar later klonk in het verpleeghuis een stem van een opgewekte man.
"haasje haasje haasje knijntje knijntje lief moedertje,ben je daar?
Zijn moeder lachte en was blij en gelukkig haar zoon te zien, en zo ging het wel driehonderd keer per jaar maar nooit heeft het jongetje die nu een man van 50 was het kunnen begrijpen en vergeten, dat eens zijn witte konijnen werden afgepakt en door een buurman werden vermoord en door de dikke buurvrouw met de kerst werden opgegeten.
"welk een ouder doet nu zijn kind zoiets aan, een diertje
weg te pakken en te laten slachten, wat harteloos en wat gemeen, dat doe je een gevoelig kind toch niet aan"
dacht hij wel eens maar hij had het zijn pa enkele jaren voor
zijn overlijden allang vergeven.
Maar al die jaren heeft hij gezwegen over het konijn avontuur in de konijnen-schuur, al die jaren heeft hij geen woord meer gesproken met kinderen die hem pestten en plaagden, en al die jaren heeft hij het geheim van de konijnen-bende
en de konijnen die zich als gevolg van zijn handeling
zo mooi met elkaar vermengden en vermeerderden, goed bewaard gehouden.
En hij herinnerde zich "jantje en pietje zijn in de dieren-hemel" en nimmer heeft hij ook een konijn of dier met de kerst behalve dan wel een kip-pootje gegeten.
Epilog
"hallo haasje haasje konijntje konijntje lieve haas, lief nijntje " klonk het in de gangen van het bejaardenhuis "de slaper"
te Landgraaf. Daar stond een man van 51 opgewekt met gemengde gevoelens aan de deur van het aanleun-woninkje van zijn oude lieve moeder die erg ziek was en al over de 88 jaartjes was
Elke week , al heel zijn leven bezocht hij zijn moeder en ze hadden het altijd erg gezellig en knus gemaakt maar
met de dagen en de jaren dat moeder ouder en ouder was geworden en al menig maal was gevallen en naar het ziekenhuis moest worden gebracht lag zij nu in de laatste dagen van haar leven doodziek te bed.
"wie daar wie daar" oh mijn zoon ja, ja kom maar gauw "stamelde moeder blij en voordat ze het wist kreeg ze en dikke knuffel en kwam hij bij haar bed zitten om haar te troosten.
Hij vertelde haar mooie verhalen over engelen en de hemel en de lieve heer waar alle mensen heen gaan
en voor altijd gelukkig zijn tot hij dan twee a drie uurtje later afscheid van haar nam.
"pappa mamma, waar zijn ze allemaal" vroeg moeder
"in de hemel en ze zijn allemaal heel gelukkig" zei hij
"ik wil naar huis, pappa mamma, mijn zonen" stamelde moeder
"de hemel moeder, ja de lieve familie wacht op jou in de hemel, je lieve ouders, al je broers en zussen en je vrienden van vroeger, je man en iedereen die je hebt gekend, ze wachten op je en zullen allemaal heel erg blij zijn je te zien"
zei hij het tranen van ontroering.
"zou het waar zijn" zij moeder en zuchtte zachtjes en hief haar hoofd op tot ze het van moeheid op het kussen liet zakken.
"kijk eens in de kast daar ligt wat voor jou engel" zei ze ineens opgewekt en ze straalde van plezier en even zou je denken dat ze niet ziek was, zo vrolijk ze uit haar lichte blauwe ogen keek en lachte.
Uit de kast haalde hij een reep chocolade zoals elke week,en elke maand en elk jaar verstreken was want
elke week kocht ze voor hem een reep chocolade, sinds de dag dat de twee witte konijnen door de oude arme zieke mijnwerker buurman waren geslacht en hij zo slecht door de familie en zijn vader en de schoolkinderen was behandeld.
"neem maar lieve engel , dat is speciaal voor jou" ze is liefjes.
"mam herinner jij je de buurman nog?, die die konijnen heeft geslacht" vroeg hij ineens.
"ja jongen,"zei ze "wat zei je nou? Oh meen je die ? , die is toch al lang dood toch?" zuchtte ze.
"ja, maar jongen, hoe gaat het met hem leeft hij toch echt nog?"
Ze herinnerde zich de buurman in een helder moment en vroeg ook even naar een oude vriendin die zij uit de buurt had gekend en met wie ze altijd avond na avond bingo ging spelen"
"het gaat goed met ze allemaal moeder, ze zijn allemaal bij "de lieve heer" en wachten in de hemel, en je zonen en alle mensen die reeds heengegaan zijn, allemaal zijn ze gelukkig en vrij voor altijd" zei hij vol geloof met tranen in zijn ogen van de emoties.
"zou het waar zijn, pappa, mamma" vroeg moeder weer en ze zuchtte en snakte naar adem.
"wees maar rustig moeder"zei hij, "alles komt goed
"alle mensen komen veilig thuis bij de lieve heer , en als iemand de hemel verdient, dan ben jij dat wel zij hij
"want "je bent altijd zo lief en goed geweest dat de lieve heer je zal omarmen"
Moeder draaide zich opzij, klaagde even over pijn aan de armen, het hoofd en haar benen die onder de blauwe plekken zaten van een forse valpartij een paar dagen ervoor in het verzorgingstehuis , en dat was alweer de zoveelste keer dat ze gevallen was met haar looprekje en zich bezeerd had, en ze zei geen woord meer.
"ja het is waar als je gelooft, God, de lieve heer, daar gaan we allemaal heen, in het licht "om voor altijd gelukkig te zijn"
herhaalde hij weer en gaf haar nog een innige knuffel.
Moeder knikte gewillig en sloot haar ogen.
Ze lag goed ingepakt onder dikke wollen deken en hij gaf haar nog een paar dikke knuffels voor het slapen gaan.
Altijd ging hij lopende of met de fiets en nu moest hij zich warm inpakken want het was ijskoud buiten en het regende
en hagelde tot zowat witte sneeuw.
Bij het afscheid keek hij in het knusse oma-kamertje dat ze al die jaren zo gezellig samen waren geweest, in een hoek op een stoel naast het gezellige tafeltje stond het pluche wit konijn,
dat hij vele jaren van tevoren eens voor haar meegenomen had, omdat ze heel vaak eenzaam en alleen op haar kamertje lag.
Even later pakte hij een paar kaarsjes en stak ze aan en zette ze naast het Mariabeeld dat in een hoek op moeder kamer
stond.
"maar wat is dit nou " zei hij, toen hij ontdekte dat het
beeld onder een vreemdsoortige bruine vlekken zat en pakte
het op en maakte het onder de kraan rein en schoon.
"Maria vergeef mij even, dit was een even een koude douche"zei hij tegen zichzelf en droogde het beeld met een
vaatdoek en zette het mooi op de plaats terug en plaatste er een paar brandende kaarsjes.
"nou zeg, et is een schandaal dat ze Maria hier zo vuil maken en mijn moeder zo slecht behandelen " dacht hij en dat de zusters geen tijd hebben door de enorme drukte en het personeelstekort, dat ze de mensen zo laten liggen, schandalig"
Hij riep de zuster, die 15 minuten later pas kwam omdat ze het te druk had met de verzorging van al te veel andere ouderen,en beklaagde zich over de toestand waarin zijn moeder verkeerde en toch ook pijn leed.
"zuster is er wel een dokter geweest"vroeg hij
"Mijn moeder zit onder de blauwe plekken, is broodmager en heeft pijn zuster, dit kan echt niet meer door de beugel hoor!"
"mijn moeder moet echt verpleegd worden, want zeis ziek"
schold hij kwaad over de slechte zorg die zijn moeder kreeg.
" ze heeft de pijnstillers en de andere pillen al gehad "zei de zuster en keek beduusd.
"we mogen haar niet nog meer geven want dat kan haar lichaam niet meer aan, de dokter is geweest hoor en anders moet je maar met de hoofdzuster praten maar die is er nu niet hoor" " zei ze en ze rende vervolgens met een rood hoofd snel weg.
Hij besloot de volgende dag zijn broer te bellen en wilde dan ook aandringen op verpleging zodat zijn moeder een betere zorg en meer aandacht kreeg omdat ze die echt wel nodig had onder de huidige situatie waarin ze verkeerde en dat ronduit schandalig te noemen immers was de dokter niet geweest om haar te onderzoeken na de valpartij waarbij zich dan toch flink bezeerd had, en helaas had die goede man met de aanstaande Pasen geen tijd gehad te komen voor de zoveelste keer en was het ook nog eens heel erg druk in het verzorgingstehuis.
Hij besloot zijn lieve moeder maar zo goed als hij kon te steunen en voelde eigenlijk aankomen dat dit haar laatste dagen waren en dat deed hem erg veel pijn maar tevens gaf hem de gedachte dat ze uit haar lijdensweg verlost zou worden enige troost en wel in de traditie van het christelijke geloof maar neen, toen hij even later naar haar dunne armpjes
en blauwe plekken keek vroeg hij zich af hoe het verder moest.
"moeder lijd onder haar lichaam en ouderdom, ze is zo zwak en verlangt naar haar ouders, lieve hemel ze wil nu echt niet meer" dacht hij verdrietig maar besloot haar op te vrolijken en te troosten.
"kijk eens moeder, hoe mooi toch alle kaarsjes branden, en Maria straalt als nooit tevoren wat mooi heh"
Moeder keek en glunderde van ontroering "ow wat mooi kom
je morgen?"
"Ja moedertje ik kom morgen en de hele Pasen en dan maken we het gezellig samen" zei hij en gaf haar weer een knuffel tot zij vroeg om te gaan slapen.
"ik moet gaan slapen zei ze, ik kan me niet draaien van de pijn maar ik ben moe " zuchtte ze.
"haasje konijntje lief knijntje" zei hij voor een laatste keer," lief konijntje, en gaf haar een diepe warme knuffel en en kus, voor een laatste maal.
Met de reep chocolade in zijn hand verliet hij het knusse kamertje en weende omdat hij het aan voelde dat moeder
erg ziek en mager was s maar ze was toch nog zo helder en ze hadden afgesproken de komende dagen de Pasen gezellig samen te vieren en hij had al een paashaas van chocolade voor haar gekocht.
Het was op witte donderdag dat hij haar echter de laatste keer zag. Toen hij thuis kwam kon hij niet slapen en elke gedachte aan zijn moeder voelde als een zweepslag op zijn hart.
S nachts om drie uur besloot hij zijn kleren aan te trekken en door de straat van zijn ouderlijk huis te gaan lopen en net als het kind van toen, hij eens een kind was dat droomde een vogel te zijn die kon vliegen, liep hij daar over de straat tot hij een paar straten verder bij een grote treurwilg aankwam waar hij zich tot de hemel richtte in gebed.
"de zin van het leven, de nacht is eenzaam en koud, mijn hart vol verdriet, waarom is de mens zo gemaakt dat wij moeten lijden, arme moeder, waarom... is het leven zo door God gemaakt een mysterie dat wij allen niet kunnen bevatten, is er een hemel, en is het antwoord op de grote vraag waar wij heengaan na onze dood dan slechts gegeven aan de zoon,die zijn leven gaf voor de vergeving van de zonden van de mensen? en weten wij mensen het niet maar kunnen wij slechts geloven, in een zin van leven te leren en lief te hebben en los te laten wat ons lief en dierbaar is en dat we elkaar later eens weer terug zien in het eeuwige leven waar dat ook mag zijn?"
En zo liep hij door de straten in de koude nacht bij volmaan
tot hij zo moe was dat hij snel naar huis ging om te slapen en hij sliep daarop tot ver in de namiddag als een roos tot hij wakker werd gebeld en vernam dat in de vroege ochtend zijn moeder was overleden na te zijn gevallen op het toilet.
Het was op de Goede Vrijdag dat de lieve heer zijn liefste moeder en dierbaarste vriendin haar tot zich nam en zij vereend werd in het licht met alle mensen en dierbaren die zij zozeer miste en waarnaar ze de dag ervoor zo zeer vol verlangen naar had gevraagd.
Zo is hij zijn moeder altijd dankbaar gebleven ,ze hielden veel van elkaar, en omdat ze hem het beste gunde, ze immer van hem hield en zo gelukkig maakte met zoveel meer dan een reepje chocolade en de twee konijnen ,toen hij nog maar een klein eenzaam en door iedereen verstoten kind was, schreef hij voor de engelen en de feetjes en iedereen die het aan gaat
dit verhaal en een vers ter bezinning in de geest van de goedheiligman en grootste kindervriend Sint Nicolaas.
Start Schrijven is een Banner StartPagina met
veel linken op het gebied van schrijven, dichten, verhalen, gedichten, proza,
poëzie, columns, spiritueel, recenties, artikelen en verder alles wat
met schrijven en schrijfkunst te maken heeft.