Binnen.
Mensen liepen druppelsgewijs het metrostation binnen. Zodra je de roltrap afkwam kon je de koelte voelen van de luchtstromen, die gepaard gingen met een lichte stank. Een aantal mensen zat op de bankjes rondom de grote steunpilaren, anderen stonden alleen of samen te wachten. Ze werden op de hoogte gehouden door lichten, woorden en een herhalende piep. Hierdoor leek iedereen alert te blijven en af en toe omhoog te kijken naar het aanhangbord. Daarop stonden de twee verschillende richtingen waar de metro naartoe zou gaan. Om de paar minuten veranderde af en toe de tijd. De metro zou iets later aankomen dan was gepland.
De cijfers die de tijd aanduidden werden vervangen door twee afbeelding van een metro. Het geluid uit de tunnel werd steeds iets luider en daar de kwam de metro aan, eerst nel nog daarna stopte hij. Mensen persten zich naar buiten en mensen probeerden zich op een zo snel mogelijke manier weer naar binnen te persen. Iedereen had een plek en de deuren sisten dicht. Langzaam, maar snel snel gleed de metro naar het volgende station.
De metro wiebelde zachtjes en de mensen die zich vasthielen aan de beugels en stangen bewogen een beetje mee. Weinig mensen spraken met elkaar. Iedereen leek verzonken in een het gewieg ondergronds. Een vrouw die op weg was naar haar huis hield haar kleine, grijze tas dichtbij zich. Ze keek naar buiten, maar niet echt naar buiten, want ze keek naar weerspiegeling die zich voorschoot over het perron. Een jongeman met een zwartleren jas stond bij de deur. Hij had zijn handen in zijn zakken en leunde een beetje tegen het plastic scherm. Hij keek voor zich uit en luisterde de naar de muziek die in zijn oren klonk. Tussen zijn benen stond een grote sporttas.
Buiten.
De lucht was donker blauw van een koninklijk soort. De bomen en gebouwen waren zwart. Dichtbij schenen de lampen die hen alleen voorzien van grauwe, gele sluier. Hier en daar hing een reclamebord of een mededeling van andere aard. Ze schoten voorbij als medeplichtigen van het geboren-onschuld-soort.
Binnen.
De metro stond weer even stil en er stapten meer mensen uit dan er in stapten. Langs het plastic scherm stond nog steeds dezelfde jongen. Naast hem stond een jongen met een koptelefoon op. Zijn spijkerbroek was gescheurd en hij had voor zijn buik een goed gevulde rugtas hangen. Hij stond rustig naast de andere jongen. De metro zwaaide naar een andere kant toe en de jongen met de rugtas verloor bijna zijn evenwicht. Doordat hij zijn rechtervoet in een reflex verzette kon hij zich overeind houden. Hierbij stootte hij de sporttas aan. De jongen van de sporttas klemde de sporttas wat steviger tussen zijn voeten. Mensen keken om zich heen in ombestemde richtingen. Niemand keek naar de tas. Hij keek ernaar en naar de mensen om hem heen. Het was een gevulde metro. Iedereen wilde gewoon naar huis.
Buiten.
Het was koel, maar niet onaangenaam. Het zwembad was vochtig, klam en overal het warme klimaat dat deed denken aan een paradijs waar mensen konden drijven op water naar richting waarvan zij niet wisten waarheen. En ze zwommen daar. Als overlevenden van een schipbreuk. Stil, drijvend en slechts het geluid van druppels water die neervielen op het oppervlak om terug te vallen op de plek waar ze vandaan kwamen. Maar nu was hij hier, temidden van betonnen muren die niet terug praten tegen de schreeuw om leven. Even snel werd de sporttas leeggehaald en de zwembroek en handdoek werden even later te drogen gehangen. Een aantal dagen later werd er weer gezwommen temidden van mensen die wilden ontspannen in het water.
De rugtas stond in een hoek en werd een aantal dagen weer gebruikt met een andere inhoud en een ander doel.
Start Schrijven is een Banner StartPagina met
veel linken op het gebied van schrijven, dichten, verhalen, gedichten, proza,
poëzie, columns, spiritueel, recenties, artikelen en verder alles wat
met schrijven en schrijfkunst te maken heeft.