Ergens iets ten noorden van Midden-Noorwegen ligt het Skoggenwoud. Niemand weet eigenlijk precies waar, want er is nooit iemand uit teruggekeerd die zei het SkoggenWoud te hebben gezocht en gevonden.
Ergens heel vroeger op een dag ging het gerucht in een van de laatste dorpjes aan de rand van dit magische bos, dat Eril het bos in zou trekken. Wie Eril was? Nou niemand weet het eigenlijk precies. Ooit nu al weer jaren geleden werd Eril als vondeling aan de rand van het bos aangetroffen en na wijs beraad liefdevol opgenomen door een kinderloos stel. Aan Eril was in het begin niets bijzonders op te merken al zou je zeggen, dat hij een nogal plompe neus had, die voortdurend druppelde en verder had hij ietwat puntige ogen. Verder leek hij in alles op een gewoon mensenkind en zo werd hij ook jarenlang beschouwd en behandeld.
Tot op een dag vlak voor Midzomer, hij was toen ongeveer 10 jaar oud, Eril vreemde trekjes begon te krijgen. In het begin was er niemand, die er aandacht aan schonk tot op een dag de jaarlijkse marskramer in hert dorp verscheen. Dat was al weer jaren later: Het was einde herfst en Eril zal ongeveer 13 jaar oud zijn geweest. Zijn moeder riep Eril bij zich en vroeg hem een trui te passen. De marskramer, een ietwat excentrieke maar zeer belezen man (hij wist o.a. alles af van de Noorse folklore), schrok zich een hoedje toen hij zag dat Eril's armen zeker 10 cm langer waren dan de aangemeten trui. Zijn ietwat zonderlinge uiterlijk meegerekend, baarde de marskramer zorgen, maar hij zei niets tegen de moeder want eerst wilde hij zekerheid en dat vergde zeker jaren onderzoek en observatie. Zeker tot Eril eerst 20 jaren oud zou zijn. Maar ieder jaar bij zijn komst in het dorpje hield hij Eril nauwlettend in de gaten.
Nu moet je weten dat de ouders van Eril ook ongerust werden naarmate hij ouder werd. Afgezien dat zijn armen steeds langer werden en zijn lichaam behaarder, dachten zijn ouders nog aan een lichamelijke afwijking. Maar Eril's gedrag werd ook steeds vreemder. Zijn spraak en woordengebruik was al nooit bijzonder duidelijk, maar hij begon tegen zijn twintigste steeds meer rare keelgeluiden te maken en gebuikte ook steeds meer onduidelijke en vreemde woorden. Zijn lopen werd ook steeds sloffender tot op een dag hij ook geen schoenen meer wilde dragen en het heerlijk vond door zand en steen te lopen en onderwijl dierlijke geluiden produceerde. Ook glipte hij steeds vaker s'nachts het raam uit en sprong van rots naar rots en besnuffelde alle hoekjes en gaatjes die er te vinden waren. Maar nooit vond hij wat hij zocht. Hij wist het eigenlijk zelf niet eens wat hij zocht. Wel voelde hij zich anders dan de anderen en hij voelde ook steeds meer dat andere mensen hem steeds vreemder gin!
gen aankijken, alsof hij anders was en vreemd. Hij zag dat zijn moeder bezorgd was, maar nooit durfde ze er o[openlijk over te praten; bang dat de vreemde voorgevoelens werkelijkheid werden en hij bleef almaar proberen zich als mens te gedragen.
Maar s'nachts werd hij anders en voelde zich onrustig worden en in het maanlicht betastte hij de stenen rotsen en liet de aarde door zijn vingers stromen en wist dat hij een ander wezen was, maar wat was hem helemaal nog niet duidelijk. Hij had ook nog nooit over andere dingen gehoord. Alle sprookjes en vreemde verhalen over het magische Skoggenwoud werden voor hem angstvallig verzwegen, bang om te worden verteld en bang dat ze bewaarheid zouden worden.
Toen op een dag voor Midzomernacht, 7 dagen voor zijn 20e verjaardag Eril somber buiten het dorp zat temidden van reusachtige rotsblokken aan de ingang van het SkoggenWoud, hij de bekende marskramer aan zag komen. De marskramer zag Eril zitten en maakte zich bezorgd om hem. ""Hoe is het?"", vroeg hij tussen zijn lippen en pijp door, maar het antwoord wist hij allang en ging naast Eril zitten. ""Weet je Eril, als je volgende week 20 jaar wordt en je ouders het goed vinden gaan we een reis maken"". Eril keek hem vragend aan. ""Een reis naar het SkoggenWoud. Heb je wel eens gehoord van steentrollen""? De marskramer pakte een steen en gooide deze voor Eril neer. Eril zag plots zijn armen uitgerekt worden tot zeker 2 meter. Eril verpulverde de steen en een glinstering doorstraalde zijn hand. Meteen daarna waren zijn armen weer van een normale lengte (maar nu wel iets langer als voorheen) en de marskramer overhandigde hem het glinsterende steentje aan Eril en zei hem deze goed te beware!
n. In een oogwenk was de marskramer verdwenen en na Eril's thuiskomst leek alles bij het oude te zijn, maar Eril wist nu voor het eerst wel beter. Op de avond voor Eril's 20e verjaardag vroeg hij toestemming om op reis te gaan en zijn ouders al eerder op de hoogte gesteld door de marskramer, stemden toe en er werd verder niet meer over gepraat. s'Avonds kwam Eril's moeder nog éénmaal aan zijn bed en huilde een traan van verdriet, maar ook van vreugde en een geruststelling en hierna gaf zij Eril nog één maal een nachtzoen.
De volgende dag was er een groot en stil gerucht in het dorp en er werd verder niet openlijk over gepraat over Eril's verdwijning; zo bang als ze waren voor het SkoggenWoud.
Start Schrijven is een Banner StartPagina met
veel linken op het gebied van schrijven, dichten, verhalen, gedichten, proza,
poëzie, columns, spiritueel, recenties, artikelen en verder alles wat
met schrijven en schrijfkunst te maken heeft.